Versterken Digitale Autonomie bij de Universiteiten

Actueel

Laatst bijgewerkt op
foto laptop en telefoon op tafel

Contact

Darco Jansen

Manager Open Science & Open Access

Contact

Darco Jansen

Manager Open Science & Open Access

Belang digitale infrastructuren voor universiteiten

De steeds verdergaande digitalisering biedt veel voordelen voor universiteiten en de wetenschap. De inzet van digitale tools, diensten en infrastructuren dragen bij aan vernieuwingen en verbeteringen van het wetenschappelijk onderzoek en onderwijs en de valorisatie/impact taakstelling van universiteiten. Ook geeft het veel voordelen voor de bedrijfsvoering van de Nederlandse universiteiten en digitale (communicatie) omgevingen die ingezet worden tussen de universiteit en samenwerkingspartners. Daarnaast geven AI en vele andere nieuwe digitale ontwikkelingen kansen om het wetenschappelijke werk effectiever en efficiënter te maken met meer impact voor de maatschappij.

Groeiende afhankelijkheid van beperkt aantal private partijen – weinig keuzevrijheid

Tegelijkertijd is er een groeiende afhankelijkheid van een beperkt aantal dominante marktpartijen (Big Tech, uitgevers en (quasi) monopolisten) met vaak hun eigen gesloten systemen/platformen met eigen voorwaarden en standaarden. Zo ontstaat een vendor lock-in met onberekenbare prijsverhogingen (via o.a. monopoliemisbruik), gebrek aan transparantie en moeilijkheden bij het overstappen naar andere leveranciers. Daarnaast gaat het ook om verlies van controle over digitale infrastructuren en data, verlies van intellectueel eigendom en vrees voor onwenselijke beïnvloeding vanuit commerciële partijen en sommige overheden. 

Microsoftladder vendor lock-in

Noodzaak voor versterken digitale autonomie

De dominantie van beperkt aantal private partijen brengt daarnaast ook risico’s met zich mee vanuit (kennis- en cyber-)veiligheid en handelsconflicten. De noodzaak om dit aan te pakken is groeiende gezien de geopolitieke verhoudingen (bijv. relatie EU-VS-China-Rusland). Dit wordt versterkt door (potentiële) statelijke invloed op ontwikkeling en gebruik van onder meer digitale infrastructuren, de opkomst van nieuwe technologie en bijbehorende transities (AI, cloud), effecten van gesloten algoritmes, en toenemende wettelijke compliance-eisen zoals dataveiligheid en datatoegankelijkheid. De Nederlandse overheid heeft in 2025 een ‘Agenda Digitale Open Strategische Autonomie’ (DOSA) gepubliceerd en in het Coalitieakkoord is afgesproken dat digitale autonomie het leidende principe moet worden. Hiervoor is in het kabinet Jetten bij het ministerie van economische zaken een aparte staatssecretaris aangesteld.

Versterken digitale autonomie bij universiteiten

Als universiteiten kunnen we niet afwachten totdat Europa of de Nederlandse overheid actie onderneemt; de sector moet zichzelf organiseren. Net als overheden moeten universiteiten en andere publieke instellingen zich bezinnen op de risico’s die samenhangen met vendor-lockin en geopolitieke kwetsbaarheid. Steeds vaker zien we dat digitale systemen op gespannen voet staan met de academische waarden (als academische vrijheid en autonomie, wetenschappelijke integriteit en openheid) die het fundament zijn onder het Nederlandse wetenschappelijke onderwijs en onderzoek. Diverse sociale, politieke en technologische ontwikkelingen nopen tot bezinning op de risico’s die samenhangen met hun afhankelijkheid van digitale infrastructuren. Vele medewerkers van universiteiten hebben in 2025 hun zorgen geuit en petities en open brieven aan hun Colleges aangeboden. 

Webpagina's universiteiten met open brieven

Er is veel energie en betrokkenheid bij universitaire medewerkers om de digitale autonomie te versterken. Er lopen al meerdere initiatieven om dat te bereiken. Zo zijn er ontwikkeltrajecten gestart bij universiteiten (bv PubHubs, Yivi, Yoda), en pilots in SURF-verband (bv. Mastadon, Nextcloud, Peertube) en in Europese samenwerkingsverbanden (zoals Géant). Veel van deze trajecten zijn echter gesubsidieerd en daarmee tijdelijk. Een toenemend aantal universiteiten is bezig om beleid te ontwikkelen om de digitale autonomie te versterken en ambities te formuleren (bv RUG). De universiteiten hebben onlangs besloten hierin gezamenlijk op te trekken in nauwe samenwerking met SURF en de overheid.

Commissie Digitale Autonomie Universiteiten (DAU)

UNL heeft een collectieve strategie opgesteld om de digitale autonomie van universiteiten te versterken. Er is een bestuurlijke commissie ingesteld die regie gaat voeren op het proces naar realisatie van de gezamenlijke ambities. De commissie bestaat uit drie bestuurders vanuit UNL-stuurgroepen, aangevuld met bestuurders van SURF en de directeur CIO Rijk: 

Bestuurlijke commissie Digitale Autonomie Universiteiten

Samenbrengen, samenwerken en samen richten

De commissie stelt een breed gedragen visie op en operationaliseert deze in haalbare stappen op gebieden waar we samen naartoe kunnen werken. Daarbij ligt de focus op waar de risico’s het grootst zijn en waar er kansen liggen. Daartoe is het van belang bestaande initiatieven en ontwikkeltrajecten bij elkaar te brengen en die te richten binnen de gezamenlijke visie en roadmap. Zowel wat er bij een universiteiten en andere kennisinstellingen gebeurt als ook juist met partijen daarbuiten. Dit vraagt ook om te verbinden met de investeringen die bij andere publieke sectoren in Nederland gedaan worden. De Tweede Kamer heeft daartoe de regering al opgeroepen om “een structurele samenwerking aan te gaan met onderwijsinstellingen gericht op het tegengaan van de afhankelijkheid van niet-Europese techbedrijven”. Dit is ook een van de redenen dat de commissie is uitgebreid met deelname van SURF en de overheid.

Sturen op gerichte interventies    

De commissie gaat sturing geven aan de verschillende opties om de digitale autonomie te vergroten. Voorbeelden zijn:

  1. aanpassingen in wet- en regelgeving; 
  2. aanscherpen inkoopvoorwaarden; 
  3. vergroten inkoopmacht; 
  4. ontwikkelen en promoten van alternatieven; 
  5. vergroten capaciteit en noodzakelijke competenties en 
  6. aanjagen en versterken van (inter)nationale samenwerking

Vanuit een nog te bepalen gezamenlijke visie en roadmap wordt de transitie naar meer autonomie in behapbare stappen ingevuld rond bijvoorbeeld verbeterde wet- en regelgeving, cultuurverandering, capaciteitsopbouw, gezamenlijke inkoopvoorwaarden en alternatieve ICT-oplossingen. Bij de transitie naar meer digitale autonomie is het belangrijk om zorgvuldige stappen te identificeren die kleine winst opleveren en tegelijkertijd deuren te openen naar grotere transities.

Voorstellen voor gezamenlijke acties

De commissie doet gerichte voorstellen voor gezamenlijke acties ten aanzien van digitaliseringstrajecten (small wins) en ook tot gezamenlijke investeringen voor grotere verschuivingen. Het akkoord op deze investeringen ligt bij de betrokken besturen – al dan niet in een ‘coalition of the willing’. Daarbij ligt het bij de commissie om de juiste inhoudelijke afwegingen te maken en de meeste risicovolle en kansrijke componenten uit de digitale infrastructuur te bepalen. Dit in nauwe samenhang met bestaande (bestuurlijke) trajecten in wetenschappelijk onderwijs (bv Npuls) en onderzoek (bv Open Science) als ook op digitale infrastructuren voor bedrijfsvoering en valorisatie, de digitale bescherming (cybersecurity, kennisveiligheid) daarvan en de rol die AI kan spelen.

Unieke rol universiteiten

Universiteiten vervullen een onmisbare, unieke en fundamentele rol in het versterken van de digitale autonomie door te staan voor onafhankelijke hoeders van publieke waarden en kennis, door kennis te produceren, talent te vormen en nieuwe onafhankelijke technologieën te ontwikkelen. De ontwikkeling van bijvoorbeeld internet en andere technologische innovaties zijn begonnen vanuit de wetenschap. Universiteiten hebben een bijzondere verantwoordelijkheid voor de kwaliteit, onafhankelijkheid en veiligheid van kennisproductie en -verspreiding.