Universiteiten en het Rijk gaan nauwer samenwerken aan digitale autonomie

Actueel

Laatst bijgewerkt op
Caspar van den Berg, staatssecretaris Aerdts & Alexandra van Huffelen intentieverklaring digitale autonomie

Universiteiten van Nederland (UNL) en het Rijk gaan nauwer samenwerken om de digitale autonomie van universiteiten te versterken. Dat hebben zij vandaag afgesproken in een intentieverklaring. De intentieverklaring werd ondertekend door staatssecretaris Aerdts van Digitale Economie en Soevereiniteit, UNL-voorzitter Caspar van den Berg, en voorzitter UNL-Commissie Digitale Autonomie Universiteiten (DAU) Alexandra van Huffelen. De universiteiten en het Rijk spreken de intentie uit om waar mogelijk gezamenlijk te werken aan de ontwikkeling, inkoop en toepassing van digitale voorzieningen. Ook willen ze samen in gesprek gaan met leveranciers en andere relevante partijen. Van den Berg: “Het wordt voor universiteiten makkelijker om digitaal autonomer te worden als we dat in samenwerking met de Rijksoverheid doen. Met deze intentieverklaring slaan we de handen ineen, versterken we de weerbaarheid en wendbaarheid van onze samenleving en verminderen we de afhankelijkheid van een beperkt aantal niet-Europese aanbieders.”

Digitalisering biedt voordelen voor universiteiten en de wetenschap. Zo zorgt het voor vernieuwing en verbetering van wetenschappelijk onderzoek en onderwijs, en biedt het veel voordelen voor de bedrijfsvoering van universiteiten. Tegelijkertijd is er een groeiende afhankelijkheid van een beperkt aantal niet-Europese aanbieders. Deze afhankelijkheid kan de waarden van onderwijs en wetenschap onder druk zetten. Universiteiten hebben bijvoorbeeld weinig tot geen invloed op de manier waarop data worden verzameld en verwerkt. Ook kan er zo gemakkelijker (geo-)politieke druk worden uitgeoefend. Universiteiten maakten daarom vorige maand bekend dat ze maatregelen gaan nemen om deze afhankelijkheid te verminderen. Daarvoor werken ze, naast met het Rijk, ook met ict-coöperatie SURF samen om zo goed mogelijk aangehaakt te zijn op de rest van het onderwijs en de ontwikkeling van alternatieve digitale voorzieningen.

De stappen die universiteiten zetten, kunnen via het Rijk en SURF ook waardevol zijn voor andere organisaties die digitaal autonomer willen worden. Universiteiten hebben samen inmiddels de eerste stappen gezet. Zo ontwikkelen ze nu een digitaal noodpakket, waar instellingen en medewerkers gebruik van kunnen maken als bepaalde voorzieningen niet meer toegankelijk zouden zijn voor instellingen of personen. Ook wordt er in Npuls samen gewerkt met mbo-scholen, hogescholen en SURF, bijv. aan een eduID. Hiermee krijgen studenten een instellingsonafhankelijke digitale identiteit, waarmee ze bij iedere onderwijsinstelling terecht kunnen: voor, tijdens én na de studie. 

Dat het onderwerp breed leeft onder de academische gemeenschap, bleek vandaag weer. Tijdens een door UNL georganiseerd kenniscafé over digitale autonomie op de Universiteitscampus Spui in Den Haag gingen staatssecretaris Aerdts, voorzitter UNL-commissie DAU Alexandra van Huffelen, hoogleraar José van Dijck, en directeur CIO Rijk Art de Blaauw in gesprek over de risico’s van de digitale afhankelijkheid van universiteiten en wat er nodig is om die terug te dringen. De bijeenkomst trok een volle zaal. Een belangrijke conclusie was dat universiteiten een unieke rol hebben in deze transitie. Ze willen niet alleen zelf digitaal autonomer worden, ze hebben ook veel kennis in huis om alternatieven te ontwikkelen voor de brede samenleving en de netwerken om hierin samen te werken met andere sectoren en organisaties. Op 23 juni organiseert het ministerie van OCW een werkconferentie over hoe we met alle onderwijspartijen gezamenlijke stappen kunnen maken. 

Lees de intentieverklaring hieronder.

Tekst van intentieverklaring digitale autonomie