Nationale Alumni Enquête

Cijfers

De Nationale Alumni Enquête (NAE) is een landelijk onderzoek onder pas afgestudeerde masterstudenten van Nederlandse universiteiten. De resultaten bieden inzicht in hun positie op de arbeidsmarkt.

Een goede aansluiting tussen opleidingen en de arbeidsmarkt is een belangrijk uitgangspunt voor universiteiten. Tegelijkertijd leiden de meeste wetenschappelijke opleidingen niet op voor een specifiek beroep of een specifieke sector. Universitaire opleidingen richten zich vooral op het ontwikkelen van academische kennis en vaardigheden die afgestudeerden in uiteenlopende functies en sectoren kunnen toepassen.

De Nationale Alumni Enquête (voorheen WO-Monitor) wordt sinds 2009 iedere twee jaar uitgevoerd. Het onderzoek brengt de arbeidsmarktpositie van pas afgestudeerde masterstudenten van Nederlandse universiteiten in kaart.

In de grafieken op deze pagina presenteert Universiteiten van Nederland de landelijke resultaten op hoofdlijnen. Onder elke interactieve grafiek staat een korte toelichting. Klik op het plusteken in de gele balk om deze te openen.

De afzonderlijke universiteiten gebruiken de onderliggende onderzoeksresultaten voor analyses op het niveau van de eigen instelling en opleidingen. Centerdata en IVA Onderwijs voerden het onderzoek uit.

Toelichting bij bovenstaande grafiek

De onderzoekspopulatie bestaat uit alle studenten die een tot anderhalf jaar eerder zijn afgestudeerd aan een universitaire masteropleiding van een bekostigde universiteit en niet langer staan ingeschreven in het hoger onderwijs. Voor de NAE 2025 ontvingen 52.552 masterafgestudeerden een uitnodiging voor deelname.

Voor de analyses zijn alleen de antwoorden meegenomen van deelnemers die ten minste de helft van de vragenlijst hebben ingevuld. Dit resulteerde in een bruikbare respons van 11,5 procent.

Masteropleidingen hebben doorgaans een omvang van 60 studiepunten (een studiejaar). Technische masteropleidingen en researchmasters omvatten meestal 120 studiepunten (twee studiejaren). Binnen de sector ‘Gezondheid’ bestaan daarnaast ook masteropleidingen met een studieduur van drie jaar.

Universitaire lerarenopleidingen zijn formeel postmasteropleidingen. Ook afgestudeerden van deze opleidingen zijn voor het onderzoek uitgenodigd.

Vanaf 2017 zijn voor het eerst respondenten binnen de sector ‘Sectoroverstijgend’ meegeteld. Het aantal respondenten binnen deze sector is beperkt, omdat deze sector uit een klein aantal opleidingen bestaat.

Bron: WO Monitor 2009, 2011, 2013; Nationale Alumni Enquête 2015, 2017, 2019, 2021, 2023, 2025
Updatefrequentie: tweejaarlijks
Datum laatste update: mei 2026

Toelichting bij bovenstaande grafiek

De beroepsbevolking bestaat uit twee groepen:

  • Werkzame beroepsbevolking: respondenten die minimaal twaalf uur per week betaald werk verrichten.
  • Werkloze beroepsbevolking: afgestudeerden zonder werk of met een baan van minder dan twaalf uur per week, die op zoek zijn naar betaald werk en beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt.

Respondenten ouder dan 67 jaar maken geen deel uit van de beroepsbevolking. Dat geldt ook voor afgestudeerden die hun huidige situatie omschrijven als student en daarnaast betaald werk verrichten. Respondenten die wel betaald werk hebben, maar niet hebben aangegeven hoeveel uur zij per week werken, zijn eveneens buiten beschouwing gelaten.

In 2025 behoorde op het moment van enquêteren 93 procent van de respondenten tot de werkzame beroepsbevolking en 7 procent tot de werkloze beroepsbevolking. Met 98,3 procent lag het aandeel werkzame afgestudeerden het hoogst in de sector Onderwijs.

Toelichting

De grafiek toont de verhouding tussen de werkzame en werkloze beroepsbevolking anderhalf jaar na afstuderen. Met het filter kunnen de uitkomsten per sector worden bekeken.

Tot de werkzame beroepsbevolking behoren respondenten tot en met 67 jaar die ten minste 12 uur per week betaald werk verrichten. Tot de werkloze beroepsbevolking behoren afgestudeerden die niet of minder dan 12 uur per week betaald werken, maar wel op zoek zijn naar (meer of ander) betaald werk en beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt.

NB 1: Bij het samenstellen van deze grafieken is geen weging toegepast.

NB 2: Vanaf 2017 zijn voor het eerst respondenten binnen de sector ‘Sectoroverstijgend’ meegeteld. Het aantal respondenten binnen deze sector is beperkt, omdat deze sector uit een klein aantal opleidingen bestaat.

Bron: WO Monitor 2009, 2011, 2013; Nationale Alumni Enquête 2015, 2017, 2019, 2021, 2023, 2025
Updatefrequentie: tweejaarlijks
Datum laatste update: mei 2026

Toelichting bij bovenstaande grafiek

Aan de pas afgestudeerden is gevraagd hoeveel maanden er zaten tussen hun afstudeerdatum en de start van hun eerste betaalde baan. Dit geeft een indicatie van de tijd die nodig is om een baan te vinden, maar ook van de mate waarin afgestudeerden ervoor kiezen om direct na hun studie aan het werk te gaan.

Deze uitkomst moet met enige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Een deel van de respondenten volgde de masteropleiding naast een baan. Daardoor geeft dit cijfer geen volledig zuiver beeld van de overgang van studie naar werk.

In 2025 vinden afgestudeerden gemiddeld na 3,5 maand een betaalde baan. In 2023 was dat 2,7 maanden. Van de afgestudeerden heeft 81 procent binnen zes maanden betaald werk gevonden.

De grafiek toont het aantal maanden tussen afstuderen en het accepteren van een (eerste) baan. Met het filter kunnen de uitkomsten per sector worden bekeken.

De bovenste grafiek toont deze periode in de categorieën: 0 maanden, 1 tot 6 maanden, 7 tot 12 maanden en langer dan 12 maanden. De bolletjes in de grafiek geven het rekenkundig gemiddelde weer.

De onderste visualisatie toont het door respondenten opgegeven aantal maanden.

NB 1: Bij het samenstellen van deze grafieken is geen weging toegepast.

NB 2: Vanaf 2017 zijn voor het eerst respondenten binnen de sector ‘Sectoroverstijgend’ meegeteld. Het aantal respondenten binnen deze sector is beperkt, omdat deze sector uit een klein aantal opleidingen bestaat.

Bron: WO Monitor 2009, 2011, 2013; Nationale Alumni Enquête 2015, 2017, 2019, 2021, 2023, 2025
Updatefrequentie: tweejaarlijks
Datum laatste update: mei 2026

Toelichting bij bovenstaande grafiek

Van de afgestudeerden met een baan heeft 41,4 procent anderhalf jaar na afstuderen een vaste aanstelling. Meer dan de helft (58,6 procent) heeft een tijdelijke aanstelling.

Het aandeel afgestudeerden met een tijdelijke aanstelling zonder uitzicht op een vast dienstverband is gestegen ten opzichte van de vorige meting. Dit aandeel ligt daarmee weer op het niveau van 2021.

De grafiek toont de verhouding tussen respondenten met een tijdelijke baan, een vaste baan en een tijdelijke baan met uitzicht op een vaste aanstelling. De resultaten zijn gebaseerd op respondenten die behoren tot de werkzame beroepsbevolking.

Tot de werkzame beroepsbevolking behoren respondenten tot en met 67 jaar die ten minste 12 uur per week betaald werk verrichten. Tot de werkloze beroepsbevolking behoren afgestudeerden die niet of minder dan 12 uur per week betaald werken, maar wel op zoek zijn naar (meer of ander) betaald werk en beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt.

NB 1: Bij het samenstellen van deze grafieken is geen weging toegepast.

NB 2: Vanaf 2017 zijn voor het eerst respondenten binnen de sector ‘Sectoroverstijgend’ meegeteld. Het aantal respondenten binnen deze sector is beperkt, omdat deze sector uit een klein aantal opleidingen bestaat.

Bron: WO Monitor 2009, 2011, 2013; Nationale Alumni Enquête 2015, 2017, 2019, 2021, 2023, 2025
Updatefrequentie: tweejaarlijks
Datum laatste update: mei 2026

Toelichting bij bovenstaande grafiek

De grafiek toont de uitkomsten op de vraag: ‘Zou u, achteraf gezien, de door u gevolgde wo-opleiding opnieuw kiezen?’ De weergave toont de reactie van alle respondenten.

Aan de afgestudeerden is gevraagd of zij, achteraf gezien, de wo-opleiding die ze volgden opnieuw zouden kiezen. 77,2 procent zou dezelfde studie aan dezelfde universiteit kiezen.

NB 1: Bij het samenstellen van deze grafieken is geen weging toegepast.

NB 2: Vanaf 2017 zijn voor het eerst respondenten binnen de sector ‘Sectoroverstijgend’ meegeteld. Het aantal respondenten binnen deze sector is beperkt, omdat deze sector uit een klein aantal opleidingen bestaat.

Bron: WO Monitor 2009, 2011, 2013; Nationale Alumni Enquête 2015, 2017, 2019, 2021, 2023, 2025
Updatefrequentie: tweejaarlijks
Datum laatste update: mei 2026

Toelichting bij bovenstaande grafiek

Alumni zijn positief over hun opleiding: 86,6 procent van de respondenten is tevreden tot zeer tevreden over de gevolgde wo-masteropleiding. Op een schaal van een tot vijf geven zij de opleiding gemiddeld een 4,1: hetzelfde cijfer als in 2023. Ook de inhoud van de opleiding, de samenhang binnen het curriculum, de verworven algemene en wetenschappelijke vaardigheden en de opgedane vakkennis worden ruim voldoende beoordeeld.

Afgestudeerden zijn kritisch over aspecten die verband houden met de voorbereiding op de arbeidsmarkt, zoals de kennis van docenten over de arbeidsmarkt, het contact met werkgevers en andere arbeidsmarktpartijen, de voorlichting over loopbaanmogelijkheden en het ontwikkelen van arbeidsmarktgerichte vaardigheden.

De grafiek laat de tevredenheid met de masteropleiding zien: in het algemeen en met deelaspecten van de inhoud van de opleiding. Het is mogelijk de resultaten te filteren naar sector.

De vragen zijn gesteld met antwoordcategorieën op een vijfpuntschaal. De weergave toont de reactie van respondenten.

NB 1: Bij het samenstellen van deze grafieken is geen weging toegepast.

NB 2: Vanaf 2017 zijn voor het eerst respondenten binnen de sector ‘Sectoroverstijgend’ meegeteld. Het aantal respondenten binnen deze sector is beperkt, omdat deze sector uit een klein aantal opleidingen bestaat.

Bron: WO Monitor 2009, 2011, 2013; Nationale Alumni Enquête 2015, 2017, 2019, 2021, 2023, 2025
Updatefrequentie: tweejaarlijks
Datum laatste update: mei 2026

Toelichting bij bovenstaande grafiek

Aan werkende afgestudeerden is gevraagd in hoeverre hun huidige functie aansluit bij het niveau en de richting van de gevolgde wo-masteropleiding.

Bij de aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt wordt vaak gekeken naar de mate van overeenkomst tussen opleiding en functie. Wanneer een afgestudeerde werkzaam is buiten het vakgebied of de sector waarop de opleiding zich richt, wordt gesproken van een horizontale mismatch. Voor universitaire opleidingen is deze term echter beperkt bruikbaar. De meeste universitaire opleidingen leiden niet op voor een specifiek beroep of een specifieke sector, maar richten zich op het ontwikkelen van academische kennis en vaardigheden die in uiteenlopende functies en sectoren kunnen worden ingezet.

In 2025 geeft 57,9 procent van de afgestudeerden aan dat hun functie aansluit bij de gevolgde opleiding. In 2023 was dit 61,2 procent.

Toelichting

De grafiek toont vier kernbegrippen die de aansluiting tussen de gevolgde opleiding en de huidige functie weergeven, anderhalf jaar na afstuderen aan een wo-masteropleiding (voorheen: doctoraalopleiding).

Het gaat om resultaten op basis van de volgende vragen:

  • Welk opleidingsniveau werd door uw werkgever voor deze functie minimaal vereist? Keuze uit niveaus, van geen, tot primair onderwijs tot gepromoveerd wetenschapper.
  • Welke opleidingsrichting werd door uw werkgever voor deze functie vereist?

Keuze uit: uitsluitend eigen richting, mijn eigen of verwante richting, een geheel andere richting, geen specifieke richting.

Zzp’ers wordt gevraagd naar de eisen die door de actuele, meest belangrijke opdracht werden geëist.

Kerndomein: Werkzaam in een functie die zowel qua niveau als qua richting overeenkomt met de gevolgde opleiding.
Horizontale mismatch: Werkzaam in een functie in een andere richting dan de opleiding die men heeft gevolgd.
Verticale mismatch: Het niveau van de huidige functie is niet het niveau van de opleiding (wo-niveau)
Dubbele mismatch: Werkzaam in een functie die zowel wat betreft niveau als wat betreft richting niet overeenkomt met de gevolgde opleiding.

Dit alles op basis van respondenten behorende tot de werkzame beroepsbevolking. Tot de werkende beroepsbevolking worden de respondenten gerekend tot en met 65 jaar die tenminste 12 uur per week betaald werk verrichten.

NB 1: Bij het samenstellen van deze grafieken is geen weging toegepast.

NB 2: Vanaf 2017 zijn voor het eerst respondenten binnen de sector ‘Sectoroverstijgend’ meegeteld. Het aantal respondenten binnen deze sector is beperkt, omdat deze sector uit een klein aantal opleidingen bestaat.

Bron: WO Monitor 2009, 2011, 2013; Nationale Alumni Enquête 2015, 2017, 2019, 2021, 2023, 2025
Updatefrequentie: tweejaarlijks
Datum laatste update: mei 2026

Toelichting bij bovenstaande grafiek

Respondenten zijn in sterke tot zeer sterke mate tevreden over de basis die hun universitaire opleiding biedt voor verdere ontwikkeling op de arbeidsmarkt.

Over de voorbereiding op de start van de loopbaan zijn afgestudeerden minder positief. Daarbij valt op dat werkloze respondenten hierover negatiever oordelen dan respondenten met een baan.

Toelichting

De grafieken tonen de uitkomsten op de vragen: ‘In welke mate biedt uw wo-masteropleiding een goede basis voor het verder ontwikkelen van kennis en vaardigheden?’ en ‘In welke mate biedt uw wo-masteropleiding een goede basis om te starten op de arbeidsmarkt?’

De vragen hebben antwoordcategorieën met een vijfpuntschaal. De weergave toont de reactie van alle respondenten.

Aantallen gebaseerd op waarnemingen kleiner dan twintig respondenten worden niet getoond.

NB: Bij het samenstellen van deze grafieken is geen weging toegepast.

Bron: WO Monitor 2009, 2011, 2013; Nationale Alumni Enquête 2015, 2017, 2019, 2021, 2023, 2025
Updatefrequentie: tweejaarlijks
Datum laatste update: mei 2026

Toelichting bij bovenstaande grafiek

Het mediane bruto-uurloon is berekend op basis van het door respondenten opgegeven brutomaandsalaris en het aantal uren dat zij werken in hun reguliere baan. De cijfers hebben betrekking op afgestudeerden die anderhalf jaar na afstuderen een baan hebben en behoren tot de werkzame beroepsbevolking.

Tot de werkzame beroepsbevolking behoren respondenten tot en met 67 jaar die minimaal twaalf uur per week betaald werk verrichten. Tot de werkloze beroepsbevolking behoren afgestudeerden die niet of minder dan twaalf uur per week betaald werken, maar wel op zoek zijn naar (meer of ander) betaald werk en beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt.

De gepresenteerde waarden zijn medianen. De mediaan is de middelste waarde in een reeks getallen die van laag naar hoog is gerangschikt en verschilt daarmee van het gemiddelde.

Naast het mediane bruto-uurloon worden ook de volgende gegevens getoond:

  • Het mediane aantal gewerkte uren per week, zoals opgegeven door respondenten.
  • Het brutomaandloon, zoals opgegeven door respondenten (tot en met 2019: gemiddelde; vanaf 2021: mediaan).
  • Het naar een fulltime dienstverband omgerekende maandsalaris, gebaseerd op een 40-urige werkweek (40 uur × 52 weken ÷ 12 maanden = 173,33 uur per maand).

Toelichting

De grafiek toont het mediane uurloon op basis van het door respondenten opgegeven brutomaandsalaris en het aantal uren dat zij werken in een reguliere baan. Het gaat om personen die anderhalf jaar na afstuderen een baan hebben en behoren tot de werkzame beroepsbevolking.

Tot de werkzame beroepsbevolking behoren respondenten tot en met 67 jaar die ten minste 12 uur per week betaald werk verrichten. Tot de werkloze beroepsbevolking behoren afgestudeerden die niet of minder dan 12 uur per week betaald werken, maar wel op zoek zijn naar (meer of ander) betaald werk en beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt.

Het mediane bruto uurloon is berekend op basis van het door respondenten opgegeven maandloon, gedeeld door het aantal gewerkte uren per maand. Daarnaast toont de grafiek:

  • Het mediane aantal gewerkte uren per week, zoals aangegeven door respondenten. De mediaan is de middelste waarde van een rij getallen nadat je ze van klein naar groot hebt gezet. De mediaan voor het aantal gewerkte uren per week is dus iets anders dan het gemiddelde.
  • Het bruto maandloon, zoals aangegeven door respondenten (tot en met 2019: gemiddelde; vanaf 2021: mediaan).
  • Het maandloon omgerekend naar een fulltime maandsalaris op basis van een 40-urige werkweek (40 uur × 52 weken / 12 maanden = 173,33 uur per maand).

NB 1: Bij het samenstellen van deze grafieken is geen weging toegepast.

NB 2: Vanaf 2017 zijn voor het eerst respondenten binnen de sector ‘Sectoroverstijgend’ meegeteld. Het aantal respondenten binnen deze sector is beperkt, omdat deze sector uit een klein aantal opleidingen bestaat.

Bron: WO Monitor 2009, 2011, 2013; Nationale Alumni Enquête 2015, 2017, 2019, 2021, 2023, 2025
Updatefrequentie: tweejaarlijks
Datum laatste update: mei 2026