Print
 
 

Investeren in onderzoek loont

De Nederlandse investeringen in Research & Development (R&D) lopen achter bij die van andere Europese landen. Dat is zonde, want investeren in kennis is dé manier is om het verdienvermogen van Nederland te versterken. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat investeringen in publiek R&D zich ruimschoots terugverdienen doordat ze (extra) economische groei mogelijk maken. Dat geldt in het bijzonder voor een land als Nederland, waar de R&D-intensiteit lager is dan verwacht mag worden op basis van de structuur van onze economie. Uitgaven gerelateerd aan innovatie en onderzoek zouden door de politiek dan ook moeten worden gezien als een vruchtbare investering in plaats van een kostenpost, cruciaal voor de toekomstige welvaart van Nederland.


Economisch gezien is investeren in R&D dus een slimme keuze: de opbrengsten op lange termijn zijn groter dan de kosten op korte termijn. Ook de brede welvaart, die we niet geheel kunnen uitdrukken in economische termen, is gebaat bij kennisinvesteringen. Maar wat leveren de voorgestelde investeringen precies op? Die vraag is moeilijk te beantwoorden. Innovatie en ontwikkeling zijn brede begrippen en mede daarom lastig kwantificeerbaar.


In het KNAW rapport ‘Waarde van de Wetenschap’ wordt hier nader op ingegaan, nadat bleek dat het CPB de opbrengsten van kennisinvesteringen slechts beperkt meeneemt in haar doorrekeningen. De CPB-doorrekeningen zijn van belang omdat ze beleidskeuzes sturen. Wanneer opbrengsten van onderzoek en innovatie beperkt worden meegenomen in de modellen, zal dat ook de politieke bereidheid om te investeren in onderzoek en innovatie negatief (kunnen) beïnvloeden.


Daarom roept de UNL het CPB op om opbrengsten van kennisinvesteringen volledig mee te nemen in haar doorrekening. RaboResearch heeft in een recent uitgebracht rapport laten zien wat de effecten zijn indien kennisinvesteringen doorgerekend worden. Deze effecten zijn aanzienlijk positief.



Bron: OESO, RaboResearch. Opmerking: in 2013 heeft een revisie plaatsgevonden van de R&D-statistieken waardoor met name het beeld bij private R&D sterk opwaarts is bijgesteld.


Nederland heeft als doel gesteld om 2,5% van het BBP te investeren in R&D in 2025. Daartoe dient de overheid aanzienlijke structurele investeringen te doen, waar we tot op heden nog onvoldoende van terugzien. Daarom heeft de Kenniscoalitie* in december 2020 haar investeringsagenda gepresenteerd. In deze agenda wordt gepleit voor extra investeringen in onderzoek en innovatie, met name gericht op publieke kennisinstellingen en universiteiten.


* De Kenniscoalitie is een samenwerkingsverband van partijen in het Nederlandse onderzoeks- en innovatieveld en bestaat uit de universiteiten (UNL), hogescholen (VH), Universitair Medische Centra (NFU), KNAW, NWO, VNONCW, MKB-Nederland en de instituten voor toegepast onderzoek (TO2-federatie). De Kenniscoalitie streeft gezamenlijk naar optimale omstandigheden om onderzoek en innovatie in Nederland te laten bloeien en fungeert als gesprekspartner voor de overheid.